ECLI:NL:CBB:2014:344
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.M. Smorenburg
- M. Munsterman
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motiveringsplicht en gelijkheidsbeginsel bij handhaving rookverbod in horecabedrijf
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Volksgezondheid tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die het bezwaar van een horecabedrijfhouder tegen een boete wegens overtreding van het rookverbod gegrond verklaarde wegens een motiveringsgebrek.
Op 24 mei 2011 voerde een NVWA-controleambtenaar een inspectie uit in het horecabedrijf, waarbij werd vastgesteld dat er werd gerookt in voor het publiek toegankelijke ruimten zonder een rookruimte. De minister legde daarop een boete op. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering, met name over de toepassing van het gelijkheidsbeginsel en het vermeende willekeurige handhavingsbeleid.
In hoger beroep voerde de minister aan dat controles steekproefsgewijs plaatsvinden en dat herinspecties bij overtreders noodzakelijk zijn. Het College oordeelde echter dat de minister onvoldoende had toegelicht hoe het handhavingsbeleid in de betreffende plaats werd uitgevoerd en waarom juist deze ondernemer vaker werd gecontroleerd.
Het College bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het besluit aan een motiveringsgebrek lijdt en dat het beroep terecht gegrond is verklaard. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend en het griffierecht werd aan de minister opgelegd.
Uitkomst: Het College bevestigt dat het boetebesluit van de minister wegens motiveringsgebrek niet standhoudt.