ECLI:NL:CBB:2014:382
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- B. Verwayen
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging van bestuurlijke boetes wegens onvoldoende S&O-administratie
Appellanten, drie B.V.'s actief in duurzame energie, kregen van de minister van Economische Zaken boetes opgelegd wegens het niet voldoen aan administratieve eisen van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva). De boetes volgden op correcties waarbij het aantal S&O-uren werd teruggebracht tot nihil, omdat de administratie onvoldoende inzicht gaf in aard, inhoud en voortgang van het speur- en ontwikkelingswerk.
Het College oordeelt dat appellanten onvoldoende concreet hebben aangetoond dat hun gezamenlijke administratie voldeed aan de wettelijke eisen. De stukken waren vaak niet gedateerd of voorzien van namen, waardoor niet duidelijk was welke werkzaamheden door welke appellant waren verricht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen vergelijkbare gevallen zijn genoemd.
Hoewel verweerder de overtredingen ernstig verwijtbaar achtte, stelt het College vast dat de verwijtbaarheid ten aanzien van appellanten sub 2 en 3 slechts licht verwijtbaar is en voor appellante sub 1 verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar. Daarom worden de boetes gematigd: voor appellante sub 1 wordt een boete van 5% van het correctiebedrag vastgesteld, voor appellanten sub 2 en 3 worden de boetes op nul gesteld.
Het College vernietigt de bestreden besluiten voor zover deze de hoogte van de boetes betreffen en stelt de boetes zelf vast. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Boetes wegens onvoldoende S&O-administratie worden vernietigd of gematigd tot €500 en €0.