ECLI:NL:CBB:2014:445
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- R.F.B. van Zutphen
- J. Schukking
- J.L. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten over terugbetaling ten onrechte geïnde visserijheffingen
Appellanten, vissers die gebruikmaken van buitenlandse schepen, hebben bezwaar gemaakt tegen de heffingen die over de jaren 2006 tot en met 2010 door de Visveiling Urk B.V. namens verweerder zijn geïnd. Zij stelden dat deze heffingen onterecht waren opgelegd omdat zij met buitenlandse schepen voeren en de heffingsverordeningen daarom niet op hen van toepassing waren. Verweerder kwalificeerde het verzoek om terugbetaling als bezwaar tegen heffingsbesluiten, maar appellanten betwistten het bestaan van dergelijke besluiten.
Het College oordeelde dat de uitbetaalstaten die door de Visveiling werden verstrekt geen bestuursbesluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht bevatten, omdat deze slechts een overzicht van ingehouden bedragen gaven zonder rechtsgevolg. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat er wel besluiten waren genomen en bekendgemaakt. Daarom was het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het College vernietigde de besluiten van verweerder en verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om terugbetaling niet-ontvankelijk. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De rechtsgevolgen van het eerste besluit bleven in stand, maar de afwijzing van het bezwaar werd opgeheven. Het College wees ook het verzoek om toepassing van artikel 8:71 Awb Pro af, omdat er publiekrechtelijke bevoegdheid bestond.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.