ECLI:NL:CBB:2014:493
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- M. Munsterman
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Geen bevoegdheid voor individuele hogere tarieven orthodontie boven maximumtarieven
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om het bezwaar van appellant tegen de vastgestelde maximumtarieven voor orthodontie ongegrond te verklaren. Appellant verzocht om een individuele tariefbeschikking die hogere tarieven toestaat dan de vastgestelde maximumtarieven.
Het College stelt vast dat de NZa op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) maximumtarieven heeft vastgesteld die gelden voor alle orthodontisten. De NZa heeft geen bevoegdheid om tegelijkertijd voor individuele orthodontisten hogere tarieven vast te stellen. De door appellant aangevoerde bijzondere omstandigheden zijn reeds meegenomen in de beleidsregel en vormen geen reden om af te wijken.
Appellant voerde ook een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, verwijzend naar een eerdere individuele tariefregulering voor een andere orthodontist. Het College oordeelt dat de omstandigheden van die orthodontist niet vergelijkbaar zijn en dat eerdere aanvragen ook werden afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend. Het College bevestigt hiermee de geldigheid van de maximumtarieven en het verbod op het in rekening brengen van hogere tarieven dan deze maximums.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de NZa mag geen individuele hogere tarieven vaststellen dan de maximumtarieven.