Uitspraak
staatssecretaris van Economische Zaken(voorheen de minister van LNV),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank over een boete wegens overschrijding van gebruiksnormen in het kader van de Meststoffenwet. Na een tussenuitspraak waarin het College verweerder opdroeg het besluit te herstellen door de eindvoorraad fosfaat en stikstof te herberekenen, nam verweerder een herstelbesluit waarbij de boete werd verlaagd.
Het College beoordeelde dat het herstelbesluit van 13 december 2013 op juiste wijze de eindvoorraad had vastgesteld en dat dit besluit rechterlijke toetsing kon doorstaan. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 31 maart 2009 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit was vervangen door het herstelbesluit.
Het College vernietigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden, omdat het geschil mede was ontstaan door een aan verweerder toe te rekenen gebrek in de vaststelling van de eindvoorraad in het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond verklaard.