Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 januari 2015 op de hoger beroepen van:
minister van Economische Zaken(minister), appellant in zaak 13/135,
AVRende minister.
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Regeling eenmalig bedrag kavel A7 is de verkrijger of houder van een vergunning voor kavel A7 en van een vergunning voor digitale radio-omroep welke verleend is met toepassing van de Regeling aanvraag, voor het gebruik van de desbetreffende frequentieruimte gedurende de periode van 1 september 2011 tot en met 31 augustus 2017 een eenmalig bedrag verschuldigd, waarvan de hoogte is: € 17.563.200,-.
Naar het oordeel van het College valt uit de tekst noch de toelichting bij de artikelen 4, 6 en 8 van het Fb af te leiden dat geen waarborgsom zouden mogen worden verlangd van een aanvrager bij het indienen van de aanvraag. Hiervoor is al overwogen dat de hoogte van het eenmalig bedrag, waaraan de waarborgsom is gerelateerd, in deze procedure niet aan de orde kan komen. Het College ziet voorts geen grond voor het oordeel dat de hoogte van de waarborgsom niet zou mogen worden gerelateerd aan het eenmalig bedrag. De waarborgsom heeft als doel om zeker te stellen dat de aanvrager (ten minste een deel van) het eenmalig bedrag kan betalen. Het gaat hier dus om een eis die betrekking heeft op de financiële positie van de aanvrager. Artikel 8, vierde lid, van het Fb staat niet in de weg aan de mogelijkheid van zekerheidsstelling voor het eenmalig bedrag, nu deze bepaling artikel 6, tweede lid, van het Fb niet begrenst. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat artikel 6 van Pro de Regeling aanvraag niet in strijd is met de artikelen 6 en 8 van het Fb en niet buiten toepassing hoeft te worden gelaten.
Beslissing
- verklaart de hoger beroepen van Radio538, Sky Radio en Q-Music niet-ontvankelijk;
- verklaart het hoger beroep van AVR ongegrond;
- verklaart het hoger beroep van de minister gegrond;
- vernietigt de aangevallen uitspraak;