Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
5101
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris over de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2009 en de oppervlakte van haar landbouwpercelen. Het geschil betreft de juistheid van de vastgestelde oppervlakten van enkele percelen, waarbij verweerder de oppervlakte van perceel 2 niet correct had vastgesteld.
Het College overweegt dat het arrest van het Hof van Justitie van 10 april 2014 (C-485/12) betrekking heeft op de beoordeling van de aanvraagsituatie en niet op de heroverweging van het primaire besluit in bezwaar en beroep. Verweerder hoeft bij het primaire besluit geen veldinspectie uit te voeren indien hij geen twijfel heeft over de luchtfoto's. Bij bezwaar en beroep kan wel een nadere actie vereist zijn.
Het College stelt vast dat de oppervlakte van perceel 2 moet worden vastgesteld op 21,63 hectare conform de opgave van appellante en verklaart het beroep gegrond voor dit perceel. Voor de overige percelen 6, 14 en 15 ziet het College geen grond voor wijziging. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor perceel 2 en de oppervlakte daarvan wordt vastgesteld op 21,63 hectare.