Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 april 2015 op het hoger beroep van:
[naam 1] V.O.F., te [plaats], appellante
ende staatssecretaris van Economische Zaken (hierna; de staatssecretaris)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
(…)
u. vervoeren van meststoffen: elk feitelijk transporteren van meststoffen, het laden en lossen van deze meststoffen inbegrepen, met uitzondering van het feitelijk transporteren binnen een bedrijf.
(…)
Artikel 35
Paragraaf 1. Vervoer van dierlijke meststoffen, zuiveringsslib en compost
Artikel 48
(…) Artikel 42
(…)
(…)
Op grond van de aan de overtreding 2) vervoer niet door een geregistreerde intermediair, ten grondslag gelegde bepaling – artikel 48 van Pro het Uitvoeringsbesluit – mag vervoer van dierlijke meststoffen uitsluitend geschieden door een geregistreerde intermediaire onderneming. Deze bepaling richt zich tot een ieder die dierlijke meststoffen vervoert. Nu appellante geen geregistreerde intermediaire onderneming is, heeft zij deze bepaling overtreden.
De aan overtreding 3) bij vervoer geen gebruik van AGR, overtreding 4) bij vervoer geen gebruik van GPS, overtreding 6) geen weging met een meetwerktuig, en overtreding 7) geen monsterneming, ten grondslag gelegde bepalingen – artikel 49, tweede en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit, artikel 76, eerste lid, en artikel 78, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling – stellen eisen die bij het vervoer van meststoffen in acht moeten worden genomen. Nu in artikel 1, eerste lid, onder u, van het Uitvoeringsbesluit onder vervoer van meststoffen wordt verstaan: elk feitelijk transporteren van meststoffen (buiten een bedrijf) richt deze bepaling zich tot degene die feitelijk mest transporteert. Nu appellante de pluimveemest feitelijk getransporteerd heeft zonder gebruik van AGR- en GPS-apparatuur en zonder de mest met een weegwerktuig te hebben gewogen en te hebben bemonsterd, heeft zij voormelde bepalingen overtreden. Het College merkt daarbij op dat deze bepalingen afzonderlijke voorschriften bevatten die zijn te onderscheiden van het voorschrift dat dierlijke meststoffen uitsluitend door een geregistreerde intermediaire onderneming vervoerd mogen worden en los van laatstgenoemd voorschrift kunnen worden geschonden (zie de uitspraak van het College van 16 november 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BO5215).