Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juli 2015 op het hoger beroep van:
[betrokkene], betrokkene
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Betrokkene, een accountant, werd door de accountantskamer berispt wegens handelen in strijd met fundamentele beginselen van objectiviteit, deskundigheid en zorgvuldigheid in een geschil tussen aandeelhouders van een aannemersbedrijf. De klacht betrof onder meer partijdigheid, het niet delen van informatie en het niet onderzoeken van financiële verschillen.
Appellanten stelden in hoger beroep dat betrokkene onoorbaar had gehandeld door onder meer te adviseren tot antedatering van een overeenkomst en onvoldoende onderzoek te doen naar omzetverschillen. Het College oordeelde dat de uitlatingen van betrokkene meerdere interpretaties toelieten en dat geen sprake was van onoorbaar gedrag. Ook was geen opdracht gegeven voor nader onderzoek en was reeds een financieel adviseur betrokken.
Het College verwierp het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring wegens procesrechtelijke bezwaren. Uiteindelijk verklaarde het College het hoger beroep ongegrond en handhaafde de berisping. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 21 juli 2015.
Uitkomst: Het College verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de berisping van betrokkene.