Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 augustus 2015 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats 1] , appellant
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Bevindingen Dierenpolitie:
22 februari 2014 schriftelijk verklaard dat [naam 4] goed liep, geen scheuren had in de hoeven, geen tekenen van hoefbevangenheid vertoonde en op dat moment metacam kreeg. Ten aanzien van [naam 4] adviseerde de dierenarts de hoeven te laten bekappen. [naam 5] is volgens de verklaring erg mager, maar maakt verder geen zieke indruk, ze had geen koorts, liep goed en was niet ziek. Ze had wel dunne waterige mest. Dit probleem speelt al een jaar, ze heeft hiervoor al meerdere consulten gehad zonder resultaat. Zijn advies is om voedingsadvies in te winnen en te proberen om de dunne mest te laten verdwijnen. [naam 6] was volgens de dierenarts in goede conditie, liep goed, had geen diarree, heeft een slecht gebit waarvoor twee keer per jaar de “tandarts” komt. Tot slot benadrukt de dierenarts dat de dieren verder een gezonde indruk maken.
6 maart 2014 beter liep, doet daar niets aan af. Bepalend zijn immers de constateringen zoals die door de toezichthouders ten tijde van de eerste controle zijn gedaan en die ten grondslag hebben gelegen aan de opgelegde last. De toezichthouders hebben met betrekking tot het paard [naam 5] waargenomen dat [naam 5] tijdens de eerste controle zeer dun was en waterige mest had. De dierenarts heeft deze toestand bevestigd en heeft appellant als advies meegegeven dat hij moet proberen de dunne mest te laten verdwijnen. Ten aanzien van het paard [naam 6] is op
8 februari 2014 waargenomen dat het paard diarree had en dat haar achterwerk onder de stront zat. Appellante heeft hiertegen niets ingebracht. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat appellant aldus de artikelen 36, eerste lid, en 37 van de Gwwd heeft overtreden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder om aan appellant als schadevergoeding een bedrag van
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 165,- aan appellant te vergoeden;