Appellanten hebben een melding gedaan van overheveling van een miljoen euro van de AWBZ naar de Zvw in verband met verschuivingen in de geestelijke gezondheidszorg. Verweerster, de Nederlandse Zorgautoriteit, heeft deze melding niet meegenomen bij het vaststellen van de contracteerruimte en heeft het daarop gerichte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de melding geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellanten stelden dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de brief van verweerster wel een besluit vormde. Verweerster voerde aan dat de melding louter feitelijke gevolgen heeft en geen rechtsgevolg beoogt, en dat het beroep daarom ongegrond is.
Het College oordeelde dat appellanten wel procesbelang hebben omdat bij slagen van het beroep de melding alsnog heroverwogen zou worden. Het College bevestigde echter dat een melding geen besluit is en dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt dat meldingen van overheveling binnen het Budgettair Kader Zorg geen zelfstandige besluiten zijn en dat het niet doorgeven van een melding slechts feitelijke gevolgen heeft voor de macrobudgettaire kaders. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.