ECLI:NL:CBB:2015:298
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- A. Venekamp
- M. de Mol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag jonge landbouwers wegens onvoldoende eigendom grond op aanvraagmoment
Appellante vroeg subsidie aan in het kader van de Regeling LNV-subsidies voor jonge landbouwers 2012 voor de bouw van een jongveestal. Verweerder wees de aanvraag af omdat de investering niet ten goede zou komen aan haar onderneming, maar aan die van haar man, mede-eigenaar van de grond waarop de stal gebouwd zou worden.
Het College oordeelde dat het besluit van verweerder niet deugdelijke motivering bevatte en dat het niet vereist is dat een opstalrecht ten tijde van de aanvraag is gevestigd. Wel is bepalend dat de aanvraag wordt beoordeeld naar de feiten op het moment van ontvangst. Op dat moment had appellante slechts een klein perceel gepachte grond, terwijl de stal op grond van de maatschap van haar en haar man zou worden gebouwd.
Hoewel appellante later de grond in eigendom verkreeg, kon dit niet meewegen bij de beoordeling. Verweerder had gegronde reden om aan te nemen dat de subsidie niet aan haar onderneming ten goede zou komen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.