Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] RA ( [naam 1] ) en [naam 2] RA ( [naam 2] ), appellanten
[naam 3] MRE ( [naam 3] ), te [plaats 1] ,
Procesverloop in hoger beroep
[naam 5] en [naam 6] hebben, mede namens [naam 3] en [naam 4] , op 15 april 2015 nadere stukken ingediend.
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de accountantskamer
2 november 2010 heeft [naam 7] het rapport ongewijzigd ingebracht in een juridische procedure tegen klagers en voor 2 november 2010 verwees [naam 7] naar het aan het Rapport ten grondslag liggende onderzoek.
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Wij hebben, (…) onderzocht in hoeverre [naam 9] haar verplichtingen jegens [naam 10] B.V. (hierna te noemen [naam 10] ) is nagekomen met betrekking tot het project [naam 11] . Met name is ons onderzoek gericht op de door [naam 10] bij [naam 9] in rekening gebrachte bedragen en de door [naam 9] ten aanzien van dit project verrichte betalingen. (…)Wij hebben onze werkzaamheden verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder Standaard 4400 (…). (…)Uit ons onderzoek zijn de navolgende feitelijke bevindingen gebleken.(…)[a.]
Aangezien geen vennootschap van de [naam 3] -groep partij is in de tussen [naam 9] en [naam 10] gesloten overeenkomst met betrekking tot projectbegeleiding, is dit bedrag dan ook onterecht door [naam 12] in rekening gebracht en onterecht door (…) onder zich gehouden. (…)[b.]
Ondanks het feit dat, (…) worden toch door [naam 3] c.s. in 2009 betalingen aan [naam 10] verricht zonder dat hier een rechtsgrond voor is geconstateerd.(…)[c.]
Bij afronding van het project [naam 11] had tenminste facturatie van dit bedrag en verantwoording in de jaarrekening dienen plaats te vinden. Door de gevolgde wijze van verantwoorden wordt het resultaat van de vennootschap negatief beïnvloed.[d.]
In tegenstelling tot hetgeen is overeengekomen tussen partijen worden door [naam 3] c.s. bij [naam 9] bedragen inzake architectkosten rechtstreeks in rekening gebracht. Voor [naam 10] is het dientengevolge niet mogelijk de hoogte van de declaratiestromen en de naleving van de overeenkomsten met [naam 9] te beheersen. (…)
Beslissing
mr. H.O. Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. C.G.M. van Ede, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2015.