Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] , te [plaats] , verzoeker
burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerders
Procesverloop
Overwegingen
Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het bestreden besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een bodemprocedure.
26 augustus 2014 en de verbalisant tijdens de hoorzitting heeft verklaard op welke wijze is vastgesteld dat verzoeker door rood heeft gereden.
19 maart 2015 komt niet overeen met hetgeen op 26 augustus 2014 is opgenomen in het mutatierapport en op de achterkant van het proces-verbaal. Tijdens de hoorzitting verklaarde [naam 2] dat hij geen direct zicht had op het rode licht, terwijl in het mutatierapport staat “Wij zagen dat [verzoeker] het aldaar rood uitstralende verkeerslicht negeerde (ongeveer 3 seconden op rood). Wij hadden direct zicht op het verkeerslicht” en op de achterkant van het proces-verbaal is vermeld “[Verzoeker] reed op de [adres 1] en sloeg rechtsaf de [adres 2] op in de richting van de [adres 4] 3 seconden rood licht”.
19 februari 2015 en 17 juli 2015, dient aan de uitoefening van voornoemde bevoegdheid een kenbare belangenafweging ten grondslag te liggen.