Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 oktober 2015 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
18 februari 2013 bezwaar gemaakt.
Overwegingen
16 april 2012 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de in genoemde bijlage bij de brief van
9 maart 2012 vastgestelde referentiegegevens. Bij brief van 16 november 2012 heeft verweerder appellant medegedeeld dat verweerder de referentiegegevens opnieuw beoordeeld heeft en dat appellant een nieuw Overzicht geregistreerde toeslagrechten zal ontvangen, waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
31 januari 2013 en 11 februari 2013. Dit bezwaarschrift is op 20 februari 2013 door verweerder ontvangen.
11 februari 2013. Uit de tekst van dit besluit kan redelijkerwijs niet anders worden opgemaakt dan dat tegen het niet goed verwerken van het toevoegen van zaaizaad en vezelvlas binnen zes weken bezwaar kan worden gemaakt.
24 december 2012. Het bezwaar tegen dat besluit is, zoals het College reeds onder 4 heeft overwogen, door verweerder terecht niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de besluiten van
31 januari 2013 en 11 februari 2013 zelf heeft appellant geen gronden aangevoerd, zodat verweerder het bezwaar van appellant voor zover gericht tegen deze besluiten terecht ongegrond heeft verklaard. Ook in zoverre is het beroep van appellant ongegrond.