ECLI:NL:CBB:2015:364
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- J.L. Verbeek
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling honorariumomzetplafond NZa na faillissement Ruwaard van Putten Ziekenhuis
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) had besloten om voor het Ruwaard van Putten Ziekenhuis (RPZ) over 2014 geen honorariumomzetplafond vast te stellen voor de vrijgevestigd medisch specialisten, omdat RPZ in dat jaar failliet was en geen zorg meer verleende. De Stafmaatschap van het voormalige RPZ stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de beslissing in strijd was met beleidsregels en beginselen zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
Het College overwoog dat het honorariumomzetplafond een instrument is om de kosten van de gezondheidszorg te beheersen en dat NZa op grond van beleidsregels in beginsel jaarlijks een dergelijk plafond moet vaststellen voor toegelaten instellingen die daadwerkelijk zorg hebben geleverd. Echter, vanwege het faillissement en het feit dat de zorg werd voortgezet door het Spijkenisse Medisch Centrum (SMC), was het vaststellen van een plafond voor RPZ over 2014 zinloos.
De Stafmaatschap was belanghebbende bij het besluit, maar het College vond dat NZa terecht had afgezien van het vaststellen van een honorariumomzetplafond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College ging niet in op de door de Stafmaatschap aangevoerde gronden over het overleg over de omzetruimte, omdat dit niets veranderde aan de feitelijke situatie dat RPZ geen zorg verleende in 2014.
Uitkomst: Het beroep van de Stafmaatschap tegen het besluit van NZa om geen honorariumomzetplafond vast te stellen voor RPZ over 2014 is ongegrond verklaard.