ECLI:NL:CBB:2015:382
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling bedrijfstoeslag 2013 wegens dubbelclaim en onregelmatigheid
Appellant, een landbouwer, diende op 14 mei 2013 een aanvraag in voor bedrijfstoeslag over 2013 waarbij hij 14 percelen opgaf. Verweerder stelde vast dat perceel 1 en enkele andere percelen dubbel waren ingetekend door meerdere landbouwers. Appellant wijzigde de aanvraag op 15 mei 2013, maar gaf perceel 1 met een te grote oppervlakte van 14,87 hectare op, terwijl hij slechts 6,13 hectare in gebruik had. Verweerder stelde bij het primaire besluit de toeslag op nihil vast vanwege de onregelmatigheid.
Na bezwaar stelde verweerder het primaire besluit deels herzien en stelde de toeslag vast op € 21.919,60, waarbij onder meer de oppervlakte van perceel 1 werd verlaagd en enkele bermen alsnog subsidiabel werden geacht. Appellant voerde aan dat hij niet opzettelijk fout handelde en dat het onredelijk was hem zwaar te straffen voor een vergissing. Hij stelde dat hij de toeslagrechten niet kon intrekken nadat hij op de hoogte was gesteld van de dubbelclaim.
Het College oordeelde dat appellant bewust een te grote oppervlakte had opgegeven en dat het beroep op een kennelijke fout faalt omdat perceel 4 bewust was weggelaten. Intrekking van de aanvraag was niet meer mogelijk na kennisgeving van de onregelmatigheid. Verweerder handelde conform artikel 58 van Pro Verordening 1122/2009 door de toeslag te baseren op de geconstateerde oppervlakte verminderd met tweemaal het verschil. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat artikel 58 geen Pro ruimte laat voor belangenafweging. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2013 wordt ongegrond verklaard en de toeslag blijft vastgesteld op € 21.919,60.