ECLI:NL:CBB:2015:387
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering subsidie op grond van Stimuleringsregeling bosuitbreiding na kap blijvend bos
Appellanten ontvingen in 1994 subsidies op grond van de Stimuleringsregeling bosuitbreiding voor twee percelen landbouwgrond, met de verplichting het aangeplante bos twintig jaar in stand te houden. Na controle in 2010 en 2012 bleek dat delen van het bos waren gekapt en niet meer aanwezig waren. Verweerder vorderde daarop de reeds betaalde bijdragen en inkomenscompensatie met wettelijke rente terug. Appellanten stelden dat de regeling was vervallen, dat de instandhoudingsverplichting niet uit de Europese Verordening voortvloeit, en dat zij niet gehouden waren het bos ononderbroken twintig jaar te behouden.
Het College oordeelde dat de terugvordering terecht is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht en de Stimuleringsregeling, ook al traden de Awb-artikelen pas later in werking. De Europese Verordening staat een nationale regeling met een twintigjarige instandhoudingsplicht niet in de weg. Het College verwierp het beroep op de Boswet, omdat de normatieve kaders verschillen en de instandhoudingsverplichting uit de Stimuleringsregeling voortvloeit. Het beroep op overmacht faalde wegens gebrek aan concrete bewijsvoering.
Het College concludeerde dat appellanten niet aan hun verplichtingen voldeden door het bos voortijdig te kappen en dat de terugvordering inclusief wettelijke rente rechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van subsidies wegens niet-naleving van de instandhoudingsverplichting wordt ongegrond verklaard.