Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2015 in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
oppervlakte (hetgeen appellante niet betwist) levert dit een korting op van 3%.
(…)
(…)”
(…)
(…)
8. De in artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde vormen van grondgebruik en de in bijlage VI bij die verordening bedoelde vormen van grondgebruik of de voor de in artikel 68 van Pro Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun aangegeven oppervlakten ingeval die oppervlakten niet op grond van het onderhavige artikel hoeven te worden aangegeven, worden in een afzonderlijke rubriek op de verzamelaanvraag aangegeven.
(…)
3% van de aangegeven oppervlakte, wordt het totale bedrag van de rechtstreekse betalingen die in dat jaar aan die landbouwer moeten worden gedaan, verlaagd met maximaal 3% afhankelijk van de ernst van het verzuim
(…)”
Bij de gewascode 2304 ‘heide begraasd’ gaat het om percelen die begraasd worden en hoofdzakelijk bestaan uit heide. Deze gewascode is alleen van belang als een landbouwer toeslagrechten heeft en deze wil laten uitbetalen op heide. Voorwaarde is dat begrazing plaatsvindt door minimaal 0,15 GVE per hectare. Voor de bepaling van de GVE worden alleen de aantallen runderen, schapen of geiten meegeteld. Indien een landbouwer niet aan deze voorwaarde voldoet, kan hij deze gewaspercelen opgeven als ‘overige natuurterreinen’ met gewascode 2303.
Nu appellante dit niet heeft gedaan moest verweerder gelet op artikel 70 van Pro de Regeling het totale bedrag aan rechtstreekse betalingen over het jaar 2011 verlagen. Naar het oordeel van het College is niet gebleken dat verweerder gelet op het bepaalde in artikel 70, aanhef en onder c, van de Regeling ten onrechte de verlaging op 3 % heeft gesteld.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.