ECLI:NL:CBB:2015:90
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens vervoer van ongeschikte varkens in strijd met Transportverordening
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een boete van €1500,- opgelegd wegens overtreding van artikel 6, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1/2005, omdat twee varkens niet geschikt waren voor transport. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij zwaar woog op de diergeneeskundige verklaringen, fotomateriaal en de toelichting van de toezichthoudend dierenarts.
De rechtbank stelde vast dat de varkens verwondingen hadden die al bestonden vóór het transport, waaronder een granulerende open wond bij het vrouwelijke varken en een zwelling bij het mannelijke varken. Het verweer dat de verwondingen tijdens transport of wachttijd waren ontstaan, werd verworpen. Ook het beroep op een second opinion van een andere dierenarts overtuigde de rechtbank niet.
Appellante voerde aan onvoldoende gelegenheid te hebben gehad tot contra-expertise, maar het College oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had haar zienswijze te geven en dat de toezichthoudend dierenarts op verzoek van appellante een extra onderzoek had verricht. Het College onderschreef de motivering van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarbij het boetebesluit werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €1500,- wordt bevestigd.