Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2016 in de zaak tussen
[naam] , te [plaats] , appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector (Verordening 1122/2009) staat, voor zover en ten tijde van belang, het volgende:
€ 40.821,68 reeds heeft plaatsgevonden bij het besluit van 18 januari 2013. De uitsluiting van bedrijfstoeslag voor het jaar 2013 staat met de uitspraak van het College van
17 november 2015 dus reeds in rechte vast, zodat in dit beroep slechts aan de orde kan komen of de verrekening van de bedrijfstoeslag op juiste wijze is toegepast. Het beroep van appellante op het evenredigheidsbeginsel en haar verwijzing daarbij naar punt 75 van de considerans van Verordening 1122/2009 kan haar niet baten, nu dat punt blijkens de tekst ervan ziet op de vaststelling van verlagingen en uitsluitingen en niet op de verrekening als zodanig. Nu appellante tegen de verrekening als zodanig geen argumenten heeft aangevoerd, is het beroep ongegrond.