Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juli 2016 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [plaats 1] , appellant,
[betrokkene] RA(betrokkene)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de accountantskamer die een klacht tegen betrokkene, registeraccountant en vereffenaar van een ontbonden vennootschap onder firma, ongegrond verklaarde. De klacht betrof vermeende tekortkomingen in de uitvoering van zijn taken als vereffenaar, onder meer met betrekking tot de beëindiging van een huurovereenkomst en de vaststelling van cijfers.
Het College heeft geoordeeld dat de accountantskamer terecht de klacht heeft gegroepeerd en zakelijk samengevat, en dat het handelen van betrokkene binnen zijn bevoegdheden als vereffenaar viel. De vereffenaar had de bevoegdheid om zelfstandig handelingen te verrichten die het vereffeningsdoel dienden, waaronder het beëindigen van de huurovereenkomst. Appellant heeft onvoldoende feitelijke onderbouwing geleverd om tuchtrechtelijke verwijtbaarheid aan te tonen.
Het College verwierp de grieven van appellant dat de accountantskamer onjuist had getoetst aan de fundamentele beginselen van de Verordening gedragscode en dat zij de verdediging van betrokkene zelf had geschreven. Ook het standpunt dat betrokkene onrechtmatig handelde door de huurovereenkomst te beëindigen, werd verworpen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de klacht tegen betrokkene als vereffenaar is afgewezen.