Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juli 2016 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [plaats 1] , appellant
Openbaar Ministerie(OM) ingediend tegen appellant
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant, sinds 2007 ingeschreven als accountant-administratieconsulent, werd door de accountantskamer tuchtrechtelijk veroordeeld wegens het indienen van opzettelijk onjuiste omzetbelastingaangiften in 2012-2013 en betrokkenheid bij een hennepkwekerij aangetroffen in april 2014 op zijn woonadres.
In hoger beroep betwistte appellant de verwijten en voerde aan dat de aangiften betrekking hadden op legitieme voorbereidingshandelingen binnen een op te zetten franchiseformule, maar kon dit niet met objectieve gegevens onderbouwen. Het College concludeerde dat appellant voldoende betrokken was bij het indienen van de onjuiste aangiften en dat zijn handelen in strijd was met de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit.
Daarnaast werd vastgesteld dat appellant zich dienstbaar had opgesteld aan illegale activiteiten door de professionele hennepkwekerij in zijn woning, wat de betrouwbaarheid van zijn beroep schaadde. Het College achtte de doorhaling van de inschrijving met een herinschrijvingsverbod van tien jaar passend en bevestigde daarmee de uitspraak van de accountantskamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de doorhaling van de inschrijving met een herinschrijvingsverbod van tien jaar wordt bevestigd.