ECLI:NL:CBB:2016:288
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.E. Doolaard
- H.S.J. Albers
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens onvoldoende hygiëne in restaurant bevestigd
Appellant, exploitant van een restaurant, kreeg van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport drie bestuurlijke boetes opgelegd wegens het niet schoon houden van bedrijfsruimten en apparatuur die met voedsel in aanraking komen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de processen-verbaal van de NVWA voldoende bewijs vormden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de constateringen alleen met getuigenbewijs kon weerleggen en voerde hij aan dat de boetes onrechtvaardig en onevenredig waren. Ter zitting werd een getuige gehoord, maar diens verklaring werd niet overtuigend geacht en kon de vastgestelde overtredingen niet ontkrachten.
Het College volgde de rechtbank in haar oordeel dat voldoende vaststond dat appellant de overtredingen had begaan en dat de boetes passend waren gezien de ernst van de overtredingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde bestuurlijke boetes worden bevestigd.