Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 september 2016 op het beroep van:
Delft Offshore Turbine B.V., te Delft, appellante
de minister van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop in beroep
Overwegingen
Verweerder acht de door de Adviescommissie per criterium toegekende punten niet kennelijk onjuist. Nu hem niet is gebleken dat het advies procedureel of inhoudelijke op onjuiste wijze tot stand is gekomen, heeft verweerder het advies van de Adviescommissie aan zijn besluit ten grondslag mogen leggen, aldus verweerder.
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) luidde ten tijde en voor zover van belang:
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op de ter zake van het beroep gemaakte proceskosten van € 1.240,- aan appellante te vergoeden;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan appellante te vergoeden.