Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 oktober 2016 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [plaats] , appellant
de staatssecretaris van Economische Zaken (de staatssecretaris)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Beslissing
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover het de hoogte van de opgelegde boete en de afwijzing van het verzoek om een proceskostenveroordeling betreft;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 24 februari 2015 in zoverre gegrond, en vernietigt dit besluit voor zover het de hoogte van de opgelegde boete betreft en voor zover daarbij appellant een vergoeding voor zijn in bezwaar gemaakte kosten is onthouden;
- herroept het primaire besluit van 17 juli 2014;
- stelt de boete vast op € 20.492,10 (zegge: twintigduizendvierhonderdtweeënnegentig euro en tien cent);
- gelast dat de staatssecretaris aan appellant het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van in totaal € 415,- (€ 167,- voor het beroep en € 248,- voor het hoger beroep) vergoedt;
- veroordeelt de staatssecretaris in de door appellant in verband met de in bezwaar, beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 2.976,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 24 februari 2015 voor zover vernietigd;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.