Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken waarin bezwaar tegen herberekening en verrekening van bedrijfstoeslag voor de jaren 2011 en 2014 werd afgewezen. De kern van het geschil betreft perceel 2, waarvan verweerder heeft vastgesteld dat het niet als landbouwgrond kwalificeert omdat het uit zand of kale grond bestaat en geen grasland bevat.
Appellante betoogt dat de gebruikte luchtfoto vroeg in het voorjaar is genomen en het grasland zich nog moest herstellen, en dat het perceel wel degelijk wordt gebruikt voor landbouwactiviteiten zoals beweiding door paarden en bemesting. Verweerder stelt dat de luchtfoto's van meerdere jaren aantonen dat het perceel geen grasland is en dat het perceel daarom niet subsidiabel is.
Het College oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat perceel 2 niet als landbouwgrond kan worden aangemerkt op grond van de relevante Europese verordeningen. Het gebruik van het perceel voor landbouwactiviteiten is onvoldoende als het perceel zelf niet als landbouwgrond wordt gekwalificeerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.