ECLI:NL:CBB:2016:432
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerede twijfel over juistheid opgave ontbinding vennootschap en voortzetting onderneming
Appellant exploiteerde samen met een medevennoot een vennootschap onder firma die een supermarkt dreef. Verweerster schreef in het handelsregister de ontbinding van de vennootschap in per 1 januari 2014 en de voortzetting van de onderneming als eenmanszaak door appellant. Een van de vennoten betwistte de ontbinding en stelde dat zijn handtekening op het opgaveformulier vals was.
Na bezwaar en een eerdere uitspraak heeft verweerster het bezwaar gegrond verklaard en het primaire besluit herroepen. Het College onderzocht of er gerede twijfel bestond over de juistheid van de opgave. Het concludeerde dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat de vennootschap rechtsgeldig was ontbonden, mede omdat de handtekening werd betwist en aangifte was gedaan van valsheid in geschrifte.
Het College oordeelde dat de civiele rechter moet beoordelen of er sprake is van een geldige mondelinge opzegging. Verweerster was niet verplicht hierover te oordelen. Gezien de onzekerheden bestond gerede twijfel, zodat het handelsregister de inschrijving terecht weigerde en de oorspronkelijke inschrijving herstelde. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gerede twijfel over de juistheid van de opgave ontbinding vennootschap.