Appellant exploiteert een melkveebedrijf en betwist de vaststelling van zijn melkveefosfaatreferentie (MVFR) door de staatssecretaris van Economische Zaken. Het primaire besluit stelde de MVFR vast op 33 kg fosfaat, waarna bij bezwaar de MVFR werd verhoogd naar 125 kg fosfaat. Appellant voerde aan dat onjuiste gegevens over de grondoppervlakte en onvoldoende rekening met zijn individuele situatie waren gebruikt.
Het College oordeelt dat appellant geen belang heeft bij een herziening van de vastgestelde grondoppervlakte, omdat dit onderwerp separaat kan worden aangevochten. Wel is vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met de individuele omstandigheden van appellant, die zijn bedrijf aan het omzetten is van vleesvarkens naar melkvee, wat leidt tot een individuele en buitensporige last.
Het College constateert dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, waardoor het in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Er is geen proceskostenveroordeling toegewezen.