Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 juni 2016 in de zaak tussen
[naam 1] V.o.f., te [plaats 1] , appellante sub 1
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
°.ingevolge artikel 8, onderdeel c (http://wetten.overheid.nl/BWBR0004054/2015-01-01/0/), mag worden gebracht op of in de tot het desbetreffende bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond,
.melkveefosfaatreferentie: een beschikking als bedoeld in artikel 21a, eerste lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0004054/2015-01-01/0/);
.melkveefosfaatoverschot: de productie van dierlijke meststoffen door melkvee op het bedrijf in kilogrammen fosfaat, verminderd met de fosfaatruimte en het aantal kilogrammen fosfaat, genoemd in de melkveefosfaatreferentie van dat bedrijf.
(…)
(…)
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 1 tot en met 6;
- draagt verweerder op binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op aan elk van appellanten het betaalde griffierecht te vergoeden, zijnde € 331,- aan appellanten 1 tot en met 5 en € 167,- aan appellant 6;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 992,- per appellant.