ECLI:NL:CBB:2016:450
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering subsidie InnovatiePrestatieContracten wegens niet-naleving voorwaarden
Appellante, een investeringsmaatschappij, ontving subsidie voor het project 'Uitgeverij van de Toekomst 3' onder de Subsidieregeling InnovatiePrestatieContracten. Verweerder stelde de subsidie lager vast en vorderde onverschuldigd betaalde subsidie terug omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde dat minstens zestig procent van de subsidiabele kosten overige kosten moesten zijn.
Appellante voerde aan dat verweerder de regeling weliswaar naar de letter, maar niet naar de geest had toegepast, omdat het behaalde resultaat en lagere kosten onvoldoende werden meegewogen. Verweerder handhaafde het besluit en motiveerde dat de regeling primair samenwerking stimuleert en dat het voldoen aan de voorwaarden zwaarder weegt dan het resultaat.
Het College oordeelde dat verweerder bevoegd was de subsidie lager vast te stellen en de terugvordering te effectueren. Het belang van correcte besteding van subsidiegelden weegt zwaarder dan het individuele belang van appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot lagere vaststelling en terugvordering van subsidie wordt ongegrond verklaard.