ECLI:NL:CBB:2016:453
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- R.R. Winter
- J. Schukking
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van randvoorwaardenkorting en terugvordering bedrijfstoeslag 2009 op grond van Meststoffenwet
Appellant heeft beroep ingesteld tegen drie besluiten van de staatssecretaris van Economische Zaken die een randvoorwaardenkorting van 3% oplegden op de voor 2009 aangevraagde subsidies, de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2009 en de terugvordering van een deel daarvan. De kortingen en terugvorderingen zijn gebaseerd op het niet naleven van de Meststoffenwet in 2009.
Het College overweegt dat de besluiten niet verjaard zijn omdat de verjaringstermijn van vier jaar door het primaire besluit van 9 januari 2013 is gestuit. Verder is vastgesteld dat appellant artikel 7 van Pro de Meststoffenwet heeft overtreden en dat de randvoorwaardenkorting van 3% terecht is toegepast. Het beroep op het niet horen in bezwaar en op een verkeerde belangenafweging faalt eveneens.
Ten aanzien van de redelijke termijn constateert het College dat de beroepsfase de toegestane termijn van drie jaar met meer dan zes maar minder dan twaalf maanden heeft overschreden, waardoor appellant recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De beroepen tegen de randvoorwaardenkorting en terugvordering worden ongegrond verklaard, met een schadevergoeding van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.