ECLI:NL:CBB:2016:58
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- H.L. van der Beek
- H.B. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens onjuiste vastlegging vervoersgegevens vaste mest
Appellanten zijn door de staatssecretaris van Economische Zaken bestuurlijke boetes opgelegd wegens twaalf overtredingen van de Meststoffenwet, waaronder het onjuist vastleggen van vervoersgegevens van vaste mest met automatische registratieapparatuur en het niet naar waarheid opmaken van Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen (VDM).
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, stellende dat het rapport van toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een nauwkeurige en zorgvuldige weergave gaf van de feitelijke situatie, waaruit bleek dat er geen mest was geladen of gelost op de betreffende locaties. Tevens oordeelde de rechtbank dat het ne bis in idem-beginsel niet was geschonden.
In hoger beroep herhaalde het College van Beroep deze overwegingen en verwierp de argumenten van appellanten, waaronder de stelling dat de toezichthouder niet alle zichtlijnen had. Het College concludeerde dat het rapport en de bijbehorende plattegronden voldoende bewijs leverden dat de meldingen onjuist waren en dat er ten onrechte VDM’s waren opgemaakt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De opgelegde boetes van €100 per overtreding per appellant blijven daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde boetes bevestigd.