Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres], statutair gevestigd te Mantinge, eiseres
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep tegen twee besluiten waarbij bestuurlijke boetes werden opgelegd wegens overtredingen van de Meststoffenwet en bijbehorende regelgeving. De boetes betroffen onvolledig en onjuist opgemaakte vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM) en het niet kunnen verantwoorden van fosfaatafvoer.
Eisers bestreden de boetes onder meer met het argument dat sprake was van strijd met het ne bis in idem-beginsel omdat meerdere boetes werden opgelegd voor hetzelfde feit. De rechtbank stelde vast dat voor één VDM drie boetes waren opgelegd voor verschillende overtredingen, die juridisch en feitelijk hetzelfde feit betroffen. Daarom vernietigde de rechtbank dat deel van het besluit en beperkte de boete tot één boete van € 300.
Daarnaast werd eiser als feitelijk leidinggevende van de overtredingen aangemerkt. De rechtbank vernietigde het deel van het besluit waarin eiser als medepleger werd aangemerkt, maar bevestigde zijn feitelijk leidinggevende rol en legde een aangepaste boete op.
De rechtbank wees verder de beroepsgronden af die stelden dat de boetes onterecht waren wegens vermeende onrechtmatigheid van bewijs, gebrek aan verwijtbaarheid of onjuiste toepassing van digitale vervoersbewijzen. De proceskosten werden toegewezen aan eisers.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van het ne bis in idem-beginsel bij cumulatieve bestuurlijke boetes en bevestigt de verantwoordelijkheid van bestuurders voor naleving van de Meststoffenwet.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt gedeeltelijk de opgelegde boetes wegens strijd met het ne bis in idem-beginsel en legt aangepaste boetes op, bevestigt de feitelijk leidinggevende rol van eiser en wijst overige beroepen af.