Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 maart 2017 in de zaak tussen
Stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit, te Otterlo, appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Van het verbod van artikel 2.2, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld de categorieën houders van dieren genoemd in bijlage 2, voor de daarbij genoemde diersoorten en met inachtneming van de daarbij genoemde voorschriften.
Bijlage 2
.Gelet hierop kan naar het oordeel van het College niet van de aanvrager worden gevergd een motivering, met inachtneming van de criteria genoemd in artikel 1.4 van het Bhd, te overleggen waaruit blijkt dat de diersoort wel te houden is. Dat betekent dat artikel 2.2, tweede lid, van de Regeling buiten toepassing dient te blijven, gelet op de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. Hieruit volgt dat verweerder appellante niet mocht tegenwerpen dat zij genoemde motivering, met inachtneming van de criteria genoemd in artikel 1.4 van het Bhd, dient te verschaffen en ten onrechte heeft besloten de aanvraag van appellante niet te behandelen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
€ 990,-;