Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 mei 2017 in de zaak tussen
de gemeente Enkhuizen, appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
mr. J.J.A.W. Plomp.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De gemeente Enkhuizen had subsidie aangevraagd voor de restauratie en herinrichting van de Drommedaris, een rijksmonument, met als doel culturele activiteiten mogelijk te maken. De staatssecretaris stelde aanvankelijk de subsidie op nihil vast, maar herzag dit later tot €39.336,--, waarbij drie kortingen werden toegepast: vanwege overschrijding van de uitvoeringstermijn, het niet volgen van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid en cumulatie met provinciale subsidies.
De gemeente stelde bezwaar tegen deze kortingen. Het College oordeelde dat de korting wegens overschrijding van de uitvoeringstermijn terecht was, omdat de uitvoeringstermijn van drie jaar onherroepelijk was vastgesteld en de overschrijding binnen de risicosfeer van de gemeente lag. De korting wegens cumulatie met provinciale subsidies werd eveneens als terecht beoordeeld, omdat de gemeente onvoldoende bewijs leverde dat er geen overlap was.
Echter, de korting wegens het niet volgen van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid werd onterecht gegrond verklaard. Artikel 1.22, tweede lid, van de Aanbestedingswet verplicht niet ongeclausuleerd tot het volgen van gemeentelijk beleid, zodat deze korting moest vervallen. Het College vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het griffierecht aan de gemeente vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.