ECLI:NL:RVS:2002:AE6007
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- W. van den Brink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op subsidie cultuurinstellingen wegens rijksfinanciën
Appellanten, diverse cultuurinstellingen, maakten bezwaar tegen kortingen op hun subsidies door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Deze kortingen waren gebaseerd op een voorwaarde in de subsidiebesluiten die bij onvoorziene rijksbezuinigingen een vermindering van de subsidie mogelijk maakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Staatssecretaris binnen zijn beoordelingsruimte bleef door de bezuinigingen te rechtvaardigen met het regeerakkoord en begrotingsafspraken.
Verder werd geoordeeld dat de belangenafweging voldoende was gemaakt en dat de termijn voor het toepassen van de korting redelijk was. Het vertrouwen op toezeggingen uit 1995 faalde omdat de subsidies later werden verleend en de wijzigingsbevoegdheid wettelijk was geregeld.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd.