Appellante, een zorgaanbieder, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit (verweerster) waarin het bezwaar tegen het niet vergoeden van overproductie in 2014 ongegrond werd verklaard. In 2014 verleende appellante deels zorg in onderaanneming en deels als hoofdaanneemster, waarbij het budget op basis van beleidsregels werd vastgesteld en overproductie niet werd vergoed.
Appellante stelde dat bijzondere omstandigheden, zoals een onvoorziene toename van de zorgbehoefte en nalatigheid van het zorgkantoor, rechtvaardigen dat de overproductie toch wordt meegenomen bij de vaststelling van de aanvaardbare kosten. Verweerster handhaafde het beleid dat overproductie voor rekening en risico van de zorgaanbieder komt.
Het College oordeelde dat het systeem van macrobudgettering en de beleidsregels rechtmatig zijn en dat de door appellante aangevoerde omstandigheden niet bijzonder genoeg zijn om van het beleid af te wijken. De onvoorspelbaarheid van complexe zorg en de vermeende nalatigheid van het zorgkantoor zijn onvoldoende om de overproductie te vergoeden.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.