ECLI:NL:CBB:2017:315
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke procedure over verantwoordingsplicht fosfaat Meststoffenwet en medeplegen
Appellanten 1 tot en met 4 werden door de staatssecretaris van Economische Zaken bestuurlijke boetes opgelegd wegens het niet verantwoorden van fosfaat in dierlijke meststoffen, in strijd met artikel 14 van Pro de Meststoffenwet (Msw). Appellanten 1 en 2 werden als medeplegers aangemerkt, appellant 3 als pleger en appellant 4 als feitelijk leidinggevende.
In hoger beroep betwistten appellanten 1 en 2 het medeplegen en de overtreding zelf. Het College oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had aangetoond dat appellanten 1 en 2 bewust en nauw hadden samengewerkt met appellante 3 bij het niet voldoen aan de verantwoordingsplicht. De enkele samenhang van bedrijven, gemeenschappelijk adres en bestuur waren onvoldoende bewijs voor medeplegen. Appellant 4 werd wel terecht als feitelijk leidinggevende aangemerkt.
Het College vernietigde daarom de boetes aan appellanten 1 en 2 en bevestigde de boete aan appellant 4. Tevens veroordeelde het College de staatssecretaris in de proceskosten van appellanten 1 en 2. De overige beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Boetes aan appellanten 1 en 2 vernietigd wegens onvoldoende bewijs medeplegen; boete aan appellant 4 bevestigd; staatssecretaris veroordeeld in proceskosten.