ECLI:NL:CBB:2009:BL0770
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Herziening bestuurlijke boetes wegens overtreding verantwoordingsplicht Meststoffenwet
Appellanten werden door de minister bestuurlijke boetes opgelegd wegens het niet kunnen verantwoorden van de afvoer van 530 vrachten dierlijke meststoffen in de periode september tot december 2006, in strijd met artikel 14 van Pro de Meststoffenwet. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de boetes.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de bewijslast onjuist was gelegd, dat de boetes onterecht cumulatief waren opgelegd en dat de overschrijding van de beslistermijn tot verval van bevoegdheid leidde. Ook voerden zij aan dat de milieuschade ontbrak en dat de boetes disproportioneel waren.
Het College oordeelde dat appellanten de verantwoordingsplicht niet konden nakomen en bevestigde dat de minister terecht boetes oplegde. Wel stelde het College vast dat appellante 1 en 2 als medeplegers slechts gezamenlijk één overtreding pleegden, waardoor de boetes voor beide ondernemingen moesten worden gehalveerd. De boete voor de feitelijk leidinggevende bleef gehandhaafd. De overschrijding van de beslistermijn werd als termijn van orde beoordeeld en leidde niet tot verval van bevoegdheid. De financiële situatie van appellanten en het ontbreken van milieuschade waren onvoldoende voor matiging. Het College vernietigde de eerdere uitspraak, herzag de boetes en veroordeelde de minister in proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boetes worden gehalveerd voor de ondernemingen en gehandhaafd voor de feitelijk leidinggevende, eerdere uitspraak wordt vernietigd.