Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] , te [plaats] , appellante,
de minister van Economische Zaken, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2017.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante verzocht de minister van Economische Zaken om intrekking van een subsidie aan de exploitant van een windpark. De minister wees dit verzoek af met de motivering dat dit geen besluit in de zin van de Awb was en appellante geen belanghebbende bij het subsidiebesluit was.
Appellante stelde dat zij wel belanghebbende is vanwege haar inzet voor het behoud van het woon- en leefklimaat en haar eerdere erkenning als belanghebbende in procedures over de omgevingsvergunning van het windpark. Tevens verwees zij naar haar persoonlijke rechten onder het EVRM.
Het College oordeelde dat het belang van appellante niet rechtstreeks bij het subsidiebesluit betrokken is, maar bij de locatie van het windpark. Vaste jurisprudentie stelt dat belanghebbenden bij subsidiebesluiten doorgaans de aanvrager of concurrerende partijen zijn. De eerdere erkenning als belanghebbende in omgevingsrechtelijke procedures is niet van toepassing op subsidiebesluiten.
Daarom is het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek niet-ontvankelijk en is het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Het College besloot zonder zitting en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante is ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het subsidiebesluit.