Derde-partij heeft op 15 november 2022 een subsidie aangevraagd voor de restauratie van een historische tuin- en parkaanleg, waarbij zij heeft toegezegd het landgoed minimaal tien keer per jaar voor het publiek open te stellen. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht heeft deze subsidie op 4 april 2024 verleend onder de voorwaarde van publieke openstelling.
Eiseres, eigenaar van een woning in de directe omgeving, maakte bezwaar tegen deze subsidieverlening, stellende dat de openstelling haar eigendomsrecht schaadt, het burenrecht schendt en leidt tot waardevermindering van haar woning. Het college verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij niet als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd beschouwd.
De rechtbank bevestigt dit oordeel en oordeelt dat eiseres geen rechtstreeks belang heeft bij het subsidiebesluit, aangezien zij niet de aanvrager is en ook geen concurrent van derde-partij. De vermeende nadelige gevolgen vloeien voort uit de exploitatie van het landgoed en niet uit het subsidiebesluit zelf. De rechtbank wijst erop dat eiseres tegen eventuele planologische toestemmingen kan opkomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.