ECLI:NL:CBB:2017:400
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- H.L. van der Beek
- H.O. Kerkmeester
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet naar waarheid opgeven landbouwpercelen
In deze zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het hoger beroep behandeld van appellante tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De boete van €300 werd opgelegd wegens het niet naar waarheid opgeven van bepaalde landbouwpercelen in de Gecombineerde Opgave 2014. De rechtbank Noord-Nederland had eerder geoordeeld dat appellante niet de feitelijke beschikkingsmacht had over de percelen, ondanks het bestaan van pachtovereenkomsten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen in de pachtovereenkomsten niet wezenlijk waren en dat zij wel degelijk het beheer en de feitelijke beschikkingsmacht over de percelen had. Het College heeft dit betoog verworpen, stellende dat de bepalingen in de pachtovereenkomsten en de praktijk, zoals bevestigd door een grondverwerver van Wetterskip Fryslân, duidelijk maken dat de verpachter de feitelijke macht had over het onderhoud, bemesting en gebruik van de percelen.
Het College heeft de relevante wetsartikelen uit de Meststoffenwet, het Uitvoeringsbesluit en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet toegepast. Hieruit volgt dat alleen grond die in het kader van een normale bedrijfsvoering feitelijk in gebruik is en waarover de landbouwer feitelijke beschikkingsmacht heeft, als tot het bedrijf behorende landbouwgrond kan worden opgegeven. De uitspraak bevestigt dat de minister terecht de boete heeft opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €300 wegens het niet naar waarheid opgeven van landbouwpercelen omdat appellante niet de feitelijke beschikkingsmacht had.