Appellante heeft betalingsrechten aangevraagd voor percelen die deels uit pitrus bestaan. Verweerder wees deze percelen af omdat zij niet als landbouwareaal werden aangemerkt, gebaseerd op luchtfoto’s waarop meer dan 60% pitrus zichtbaar was.
Appellante voerde aan dat de beoordeling niet uitsluitend op luchtfoto’s had mogen berusten en dat de percelen meer dan 50% uit voedergewassen bestaan, onderbouwd met een vegetatiekarting uit 2008. Het College stelt dat pitrus niet als gras of kruidachtig voedergewas wordt aangemerkt en dat grassen en voedergewassen meer dan 50% moeten overheersen om als landbouwareaal te gelden.
Het College oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom luchtfoto’s als enig bewijs zijn gebruikt en dat de situatie lastig te beoordelen is. De vegetatiegegevens uit 2008 en de maaipraktijk ondersteunen de stelling van appellante. Daarom is het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.