ECLI:NL:CBB:2017:462
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing betalingsrechten GLB 2015 wegens ontbreken rechtstreekse betaling 2013
Appellante verzocht in 2015 om toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling op grond van het GLB. Verweerder wees deze aanvragen af omdat appellante op 15 mei 2015 geen betalingsrechten in gebruik had en in 2013 geen rechtstreekse betaling ontving.
Appellante stelde dat de regelgeving onduidelijk was en dat zij mocht vertrouwen op toezeggingen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Tevens betoogde zij dat toeslagrechten per perceel moeten worden beoordeeld en dat eerdere toeslagrechten op andere percelen niet in de weg staan.
Het College oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 24 van Pro Verordening 1307/2013, omdat zij in 2013 geen rechtstreekse betaling ontving en in het verleden wel toeslagrechten heeft gehad. De uitleg van appellante werd verworpen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel faalden. De gewijzigde regelgeving voor nationale reserve was niet van toepassing op de aanvraag van 2015.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten voor 2015 wordt ongegrond verklaard.