ECLI:NL:CBB:2017:469
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Subsidievaststelling Regeling LNV-subsidies en geldlening voor investeringen
Appellant had een subsidie toegekend gekregen voor de nieuwbouw van een vleesveestal onder de Regeling LNV-subsidies, onderdeel Jonge Landbouwers. Verweerder stelde de subsidie op nihil vast omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde dat een schriftelijke leningsovereenkomst met een looptijd van ten minste drie jaar was afgesloten met een bank met het oog op de investeringen.
Appellant voerde aan dat de afgesloten lening betrekking had op de bouw van een vakantiewoning en dat deze lening wel degelijk met het oog op de investeringen was aangegaan, omdat zowel de vleesveestal als de vakantiewoning onderdeel waren van hetzelfde investeringsplan. Tevens stelde appellant dat de lening noodzakelijk was omdat de vleesveestal uit andere middelen was gefinancierd.
Het College oordeelde dat de leningsovereenkomst moet zien op de investeringen waarvoor de subsidie is verleend. Omdat de subsidie was verleend voor de vleesveestal en de leningsovereenkomst uitsluitend betrekking had op de vakantiewoning, was niet voldaan aan de subsidievoorwaarden. Appellant had een wijziging van het subsidiebesluit moeten aanvragen indien hij de lening voor de vakantiewoning wilde gebruiken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt op nihil vastgesteld wegens niet voldoen aan de leningvoorwaarden.