ECLI:NL:CBB:2017:56
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen en beroep tegen besluit bestuursdwang ongegrond verklaard
Appellant ontving een last onder bestuursdwang vanwege onvoldoende huisvesting van een oehoe. Na bezwaar en een lange procedure stelde appellant beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar. Verweerder besloot uiteindelijk alsnog op het bezwaar en legde een dwangsom op wegens de vertraging.
Het College oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat inmiddels alsnog op het bezwaar is beslist. De redelijke termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep samen was niet overschreden, zodat het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd afgewezen.
Het beroep tegen het besluit waarin de dwangsom werd vastgesteld is ongegrond verklaard. Het College veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat de bestuursrechter terughoudend is bij het honoreren van schadevergoedingen wegens termijnoverschrijding als de redelijke termijn niet is overschreden en dat proceskostenvergoeding aan de zijde van appellant wordt toegekend bij een ongegrond verklaard beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestuursdwangbesluit ongegrond; proceskosten en griffierecht worden aan appellant vergoed.