ECLI:NL:CBB:2017:92
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom wegens onvoldoende hondenhok en bescherming tegen weersinvloeden
Op 1 oktober 2015 voerde de dierenpolitie een controle uit bij appellant, eigenaar van het terrein waar een kennel met een hond stond. Het hok was te klein en bood onvoldoende bescherming tegen de zon, waardoor de hond het zichtbaar warm had. Appellant werd als houder van de hond aangemerkt en kreeg een last onder dwangsom opgelegd om de situatie te verbeteren.
Na hercontroles bleek dat appellant de kennel had vergroot en maatregelen had genomen om de hond beter te beschermen. Desondanks verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van appellant ongegrond, omdat de oorspronkelijke overtredingen terecht waren vastgesteld en appellant als houder kon worden aangemerkt.
Appellant voerde aan dat hij niet de houder was en dat het toezichtrapport onjuist was, maar het College oordeelde dat appellant feitelijk zeggenschap had over de hond en het hok. Het College vond het toezichtrapport betrouwbaar en concludeerde dat het hok onvoldoende ruimte bood en onvoldoende bescherming tegen weersinvloeden gaf, in strijd met de wettelijke voorschriften.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overtreding van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren wordt ongegrond verklaard.