Het geschil betreft een hoger beroep van [naam 1] B.V. en haar bestuurders tegen boetes opgelegd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) wegens overtreding van artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet, dat het gebruik van ongevraagde elektronische communicatie reguleert.
[naam 1] exploiteert een affiliatenetwerk en trad tevens op als adverteerder en publisher. ACM legde boetes op voor het versturen van ongevraagde e-mails zonder voorafgaande toestemming en het ontbreken van een correcte afmeldmogelijkheid. De rechtbank Rotterdam matigde deze boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigde de boetes, ook aan de bestuurders als feitelijk leidinggevenden.
In hoger beroep oordeelt het College dat [naam 1] wel als verzender kwalificeert en de boetes terecht zijn opgelegd. Echter, de boeteoplegging aan de bestuurders is onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd. De boetes aan [naam 1] worden gematigd met 10% vanwege de termijnoverschrijding, met een hoger maximum dan de rechtbank had vastgesteld. Het beroep van [naam 1] op het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen, evenals andere inhoudelijke bezwaren. Het College veroordeelt ACM tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.