ECLI:NL:CBB:2018:151
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C. Stam
- H.L. van der Beek
- T.J.P.N. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen subsidievaststelling voor project Zeeakkers ongegrond verklaard
Het geschil betreft de subsidievaststelling voor het project Zeeakkers, gericht op gecombineerde kweek en vangst van mosselen en zeewier. De subsidie werd op nihil vastgesteld omdat het project niet overeenkomstig het projectplan was uitgevoerd, met name omdat de praktijkproeven op open zee pas na de projectperiode en op andere locaties plaatsvonden.
Appellante voerde aan dat wel degelijk activiteiten volgens het projectplan waren uitgevoerd, waaronder monitoring van zeewier op andere locaties. Het College oordeelde echter dat niet was komen vast te staan dat het projectplan was nageleefd, waardoor de subsidievaststelling op nihil terecht was.
Daarnaast stelde het College vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden. Gezien de overschrijding veroordeelde het College de minister tot betaling van een schadevergoeding van € 1.500,- aan appellante en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 331,-.
Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard, maar appellante kreeg een vergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar appellante krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.